Karma: de wet van oorzaak en gevolg
Over karma heeft vrijwel iedereen wel eens gehoord.
Maar wat betekent Karma nu precies?
De letterlijke betekenis van karma is “handelen”.
Karma wordt ook wel de wet van oorzaak en gevolg genoemd.
Dit betekent dat alles wat we doen een oorzaak vormt, die op
een later tijdstip een gevolg heeft. In het Boeddhisme wordt
veel aandacht besteed aan de motivatie of
bedoeling die achter ons handelen zit, omdat deze in feite
het karma bepaalt.
We gaan in onze jeugd naar school en plukken daar later als
we volwassen zijn de vruchten van. Als je goed je best hebt gedaan met de studie, zul je
later wellicht meer verdienen met een betere baan vinden dan iemand
die het nut niet inzag van school en studie. Natuurlijk is
dit wel een heel zwart-witte voorstelling van karma, maar
het zal duidelijk zijn dat alles wat we doen gevolgen
heeft, hoe subtiel de oorzaken ook mogen zijn.
Hieronder enkele veelgestede vragen over
karma en beknopte antwoorden:
Wat is karma en hoe werkt het?
Karma is een Sanskriet woord en betekent handeling en verwijst naar
activiteiten die we verrichten met lichaam, spraak en geest.
Deze activiteiten laten indrukken of zaadjes op onze geestesstroom
achter, die rijpen tot ervaringen wanneer aan de juiste voorwaarden
wordt voldaan. De zaadjes van onze activiteiten gaan met ons
mee van het ene leven naar het andere en gaan dus niet verloren.
Als we echter geen oorzaak of karma creëren voor iets,
dan zullen we ook de gevolgen niet ervaren: als een boer geen
tarwe zaait, zal er ook geen tarwe groeien.
Als een gemotiveerde activiteit
pijn en ellende tot gevolg heeft voor anderen, dan wordt het een negatieve,
destructieve of ondeugdzame activiteit genoemd. Als een activiteit bewust gewild
geluk veroorzaakt, wordt hij positief, constructief of deugdzaam
genoemd. Activiteiten zijn niet inherent goed of slecht, maar
worden alleen zo genoemd overeenkomstig het gevolg dat ze
veroorzaken voor degene die de actie doet. Positieve acties veroorzaken prettige ervaringen voor de dader, en negatieve acties veroorzaken problemen en negatieve ervaringen voor de dader.
De werking van oorzaak en gevolg op onze geestesstroom is
wetenschappelijk. Alle gevolgen ontspringen uit oorzaken die
in staat zijn hen voort te brengen. Als we appelzaadjes zaaien,
zal er een appelboom groeien en geen Spaanse peper. Als we
Spaanse peperzaadjes zaaien, zal er Spaanse peper groeien
en geen appelboom. Als we positieve activiteiten verrichten,
zal geluk volgen en als we negatieve activiteiten verrichten,
zullen problemen het resultaat zijn. Alle geluk en voorspoed
die we in ons leven ervaren, zijn dus veroorzaakt door onze
eigen positieve activiteiten in het verleden. Evenzo zijn al problemen
veroorzaakt door onze eigen destructieve activiteiten.
Is karma of de wet van
oorzaak en gevolg een systeem van beloning en straf? Heeft
Boeddha de wet van oorzaak en gevolg gecreëerd of uitgevonden?
Beslist niet. Er is niemand die beloning
of straf uitdeelt. Wij creëren zelf oorzaken door onze
activiteiten en we ervaren de gevolgen daarvan. We zijn dus
verantwoordelijk voor onze eigen prettige en vervelende ervaringen. Boeddha heeft
het systeem van oorzaak en gevolg evenmin uitgevonden als
Newton de zwaartekracht uitvond. Boeddha beschreef alleen
het natuurlijke proces van oorzaak en gevolg dat in de geestesstroom
van elk voelend wezen plaatsvindt. Hiermee toonde hij ons hoe
we het beste kunnen handelen binnen de wet van oorzaak en
gevolg teneinde het geluk te bereiken dat we wensen en de
pijn te vermijden waar we een hekel aan hebben.
De misvatting dat geluk en lijden respectievelijk beloning
en straf zijn stamt waarschijnlijk uit onjuiste vertalingen
van boeddhistische teksten.
Is het nodig dat we de
gevolgen van al onze daden ervaren?
Als zaadjes in aarde worden gezaaid, zullen
ze uiteindelijk opkomen; tenzij er niet aan voorwaarden zoals
water, zon en mest is voldaan die essentieel voor hun groei
zijn, tenzij ze verbranden of uit de grond worden getrokken. De uiteindelijke
manier om karmische indrukken uit te roeien is door middel
van meditatie op de leegte van inherent bestaan. Op deze manier
kunnen we verstorende emoties en karmische indrukken
volledig zuiveren. Op ons niveau is dat nogal moeilijk, maar
door zuivering kunnen we wel het tot rijping komen van
schadelijke indrukken stoppen. Dit is hetzelfde als het onthouden
van water, zon en mest aan het zaadje in de aarde, waardoor het niet kan kiemen.
Hoe kunnen we negatieve
indrukken zuiveren?
Zuivering door middel van de vier tegenkrachten
is erg belangrijk. Dit voorkomt niet alleen toekomstig lijden,
maar verlicht ook de schuld of het zware gevoel dat we nu
vaak ervaren. Door onze geest schoon te maken zijn we in staat
de Dharma beter te begrijpen, voelen we ons kalmer
en kunnen we ons beter concentreren. De vier tegenkrachten,
die gebruikt worden om negatieve indrukken te zuiveren zijn:
1. spijt hebben,
2. besluiten het niet weer te doen,
3. toevlucht
nemen en een altruïstische houding ten opzichte
van anderen opwekken
4. een beoefening doen om de negatieve energie te zuiveren.
Ten eerste is het belangrijk te erkennen en betreuren dat we een negatieve activiteit hebben verricht. Onszelf
verwijten maken en ons schuldig voelen is echter zinloos en slechts
een manier om onszelf emotioneel te kwellen. Door oprecht
spijt te hebben erkennen we dat we een fout hebben gemaakt. (Bij oprechte spijt hoort uiteraard
ook het pogen om onze negatieve daad tegenover iemand goed
te maken of ons te verontschuldigen.)
Ten tweede besluiten we dit soort negatieve daden niet weer te doen. Als het iets
is dat we regelmatig uit gewoonte doen, zoals anderen bekritiseren,
dan zou het hypocriet zijn om te zeggen dat we dat de rest
van ons leven niet meer zullen doen. Het is beter een meer reële
tijdsduur te kiezen en te besluiten dat we zullen proberen
de activiteit niet te herhalen, maar dat we gedurende die
periode vooral oplettend zullen zijn en ons zullen inzetten om niet in herhaling te vervallen.
De derde tegenkracht is vertrouwen. Onze negatieve activiteiten
hebben in het algemeen betrekking op ofwel heilige objecten
zoals Boeddha, Dharma of Sangha
ofwel andere voelende wezens. Om de goede relatie met de heilige
objecten te herstellen vertrouwen we op hen door toevlucht
te nemen of hen instructies te vragen. Om een goede relatie
met andere voelende wezens te hebben wekken we een altruïstische
houding ten opzichte van hen op, zodat we ons hart wijden
aan het bereiken van het boeddhaschap, teneinde in staat te
zijn hen op de beste manier van nut te zijn.
De vierde tegenkracht is iets te doen wat de zaak weer in evenwicht brengt.
Dit kan iedere positieve activiteit zijn om anderen te helpen, of traditioneel bijvoorbeeld het luisteren naar
onderricht, een Dharma-boek lezen, neerbuigingen
maken, offers
aanbieden, de namen van de boeddha's reciteren, mantra's
reciteren, beelden
of schilderijen
van de boeddha's maken, Dharma-teksten drukken,
mediteren etc. De krachtigste
neutraliserende oefening is mediteren op de leegte.
De vier tegenkrachten moeten regelmatig herhaald worden.
We hebben vele malen negatieve dingen gedaan, dus we kunnen
natuurlijk niet verwachten dat we die allemaal in één
keer met een beperkte acitie kunnen opheffen. Hoe sterker de tegenkrachten zijn -
hoe groter onze spijt is, hoe krachtiger ons besluit is om
het niet weer te doen, etc. - des te krachtiger zal de zuivering
zijn.
Het is goed om de zuivering door middel van de vier tegenkrachten
elke avond voor het slapen gaan te doen teneinde elke negatieve
activiteit die we die dag verricht hebben te neutraliseren.
Is de wet van oorzaak en
gevolg alleen van toepassing op mensen die erin geloven?
Nee, oorzaak en gevolg werken voor iedereen als een natuurwet, of we dat
nu accepteren of niet. Positieve activiteiten brengen geluk
voort en negatieve activiteiten lijden. Als fruit van een boom valt, valt
het naar beneden zelfs als we geloven we dat het omhoog zal vallen. Het zou prachtig zijn als we de gevolgen van onze activiteiten zouden kunnen vermijden door er niet in te geloven. Dan zouden
we kunnen eten wat we willen en nooit dik worden of gewoon slapend rijk worden. Ook iemand die
niet in vorige levens en de wet van oorzaak en gevolg gelooft,
ervaart geluk als gevolg van de eigen activiteiten in
vorige levens.
Als we het bestaan van oorzaak en gevolg ontkennen, proberen we vaak geen positieve activiteiten te doen
en negatieve te vermijden. Zo creëer je weinig positieve
energie, maar als je onbezonnen bent creëer je wel eenvoudig veel negatieve energie.
Mensen die de wet van oorzaak en gevolg
kennen, zullen proberen op te letten dat wat ze denken, zeggen en
doen anderen geen lijden bezorgt en zo proberen schadelijke
indrukken op hun eigen geestesstroom te vermijden.
Waarom hebben sommige mensen
die veel negatieve activiteiten verrichten succes en lijken
ze gelukkig te zijn en hebben sommige mensen die niet geloven
in de wet van oorzaak en gevolg zo'n goed leven?
Als we zien dat oneerlijke mensen rijk zijn,
dat wrede mensen respect en macht krijgen, of dat aardige
mensen overvallen worden of jong sterven, is het mogelijk
dat we gaan twijfelen aan de wet van oorzaak en gevolg. Dat
komt omdat we alleen kijken naar wat er gebeurt in de korte
periode van dit leven. Veel van de gevolgen die we in dit
leven ervaren zijn gevolgen van activiteiten uit vorige levens,
en veel van de activiteiten die we in dit leven verrichten
zullen pas in toekomstige levens tot rijping komen. De rijkdom
van oneerlijke mensen is vaak het gevolg van hun vrijgevigheid
in voorgaande levens. Hun huidige oneerlijkheid laat
karmische zaadjes achter, zodat ze in toekomstige levens bedrogen
zullen worden en armoede zullen ervaren. Evenzo krijgen wrede
mensen respect en macht door hun positieve activiteiten
uit het verleden. In het heden misbruiken
ze hun macht, waardoor ze de oorzaak voor toekomstig lijden
creëren. Aardige mensen die jong sterven ervaren het
gevolg van negatieve activiteiten (zoals doden) uit vorige
levens. Hun huidige vriendelijkheid zaait echter zaadjes of
indrukken op de geestesstroom waardoor zij in de toekomst geluk
zullen beleven.
De exacte manier waarop een bepaalde activiteit tot rijping
komt en welke dingen we in het verleden hebben gedaan
om een bepaald gevolg in ons leven te bewerkstelligen kan
alleen totaal gekend worden door de alwetende geest van een Boeddha.
Wat in de soetra's en tantra's wordt gezegd
over een bepaalde activiteit die tot een bepaald gevolg leidt,
zijn algemene richtlijnen. In specifieke situaties liggen de
zaken verschillend, afhankelijk van andere
oorzaken en omstandigheden. Het principe dat negatieve activiteiten
lijden veroorzaken en positieve activiteiten geluk verandert
echter niet. In een bepaalde individuele situaties kan een negatieve
activiteit, zoals doden, bijvoorbeeld tot rijping komen als ellende in één van de lagere
bestaanswerelden, of als een vroegtijdige dood. Dit hangt zowel af van veel factoren die
de activiteit zwaar of licht maken, als van de omstandigheden
die aanwezig zijn op het moment waarop een specifiek karmisch zaadje
tot rijping komt.
Als mensen lijden door
hun eigen negatieve activiteiten, kunnen of moeten we dan
iets doen om hen te helpen?
Jazeker! We weten hoe het is om je ellendig
te voelen en dat is precies hoe iemand, die de gevolgen van
zijn eigen negatieve activiteiten ervaart, zich voelt. Uit
meegevoel en mededogen moeten we zeker helpen. Zijn huidige
positie is weliswaar veroorzaakt door zijn eigen activiteiten,
maar dat betekent niet dat we lijdelijk toezien en zeggen:
"Oh, wat jammer. Wat zielig, maar je had niet zulke negatieve
dingen moeten doen."
Het is niet juist om op een stugge manier over karma te denken.
Iemand creëert wel de oorzaak voor een bepaalde negatieve ervaring
door zijn eigen daden, maar wellicht heeft hij ook wel
het karma gecreëerd om hulp van ons te ontvangen.
Maar bovenal weten we allemaal hoe wij ons zouden voelen als
we ons zelf in die afgrijselijke situatie bevonden. We willen
allemaal geluk en geen lijden. Het doet er niet toe
wiens pijn of probleem het is, maar deze moet weggenomen worden.
Het is een enorme misvatting om te denken: "De armen
zijn arm vanwege hun daden in vorige levens. Ik zou ingrijpen
in het natuurlijke proces van oorzaak en gevolg als ik zou
proberen te helpen." We moeten onze eigen luiheid of
onverschilligheid of gehechtheid aan onze superieure
positie niet proberen te rationaliseren door oorzaak en gevolg
verkeerd te interpreteren. Een gevoel van mededogen
en universele verantwoordelijkheid is belangrijk voor onze
eigen spirituele ontwikkeling en voor de vrede in de wereld.
Iedereen wil gelukkig zijn, maar daar zullen we vooral zelf aan moeten werken door anderen te helpen.
|