De Troon
| |
 |
| |
Troon met sneeuwleeuwen
en lotus |
Het doel
De troon wordt gebruikt uit eerbied voor
het onderricht dat wordt gegeven en toont respect voor de
betekenis van de leer van de boeddha. Praktisch gezien heeft
de troon het voordeel dat de leraar zichtbaar is voor iedereen.
De uitvoering
Boeddha
Shakyamoeni heeft de troon zelf geïntroduceerd. Voordat
hij begon met het geven van de Soetra's van de Perfectie
van Wijsheid, bouwde de boeddha met zijn eigen handen een
troon, maakte er drie rondgangen omheen, boog er drie maal
voor neer uit respect voor de leer die vanaf die troon verkondigd
zou gaan worden en nam daarna plaats op de troon om onderricht
te geven.
De leraar
Deze traditie wordt tot op de dag van vandaag
voortgezet door de Tibetaans boeddhistische leraren, die steeds
drie neerbuigingen
maken voordat zij plaatsnemen op de troon. Wanneer de leraar
neerbuigt voor de troon visualiseert hij/zij op de troon alle
Meesters van de Overleveringslijn die het onderricht dat hij/zij
op het punt staat te geven, hebben doorgegeven. Terwijl de
leraar neerbuigt, worden deze Meesters verzocht om inspiratie
te geven aan hem/haarzelf en aan allen die het onderricht
volgen.
Nadat de leraar op deze wijze de Meesters
van de (mondelinge) overleveringslijn heeft aangeroepen en
om hun zegen heeft verzocht, neemt hij plaats op de troon,
terwijl hij visualiseert dat de Meesters van de Overleveringslijn
naar de kruin van zijn hoofd komen en in hem oplossen.
Er is nog een reden voor de neerbuigingen die de spirituele
leraar maakt voor hij met het onderricht begint. Als hij op
de troon zit, zit hij hoger dan de anderen. Hiermee loopt
hij het risico trots te ontwikkelen. Een van de tegenkrachten
tegen trots is nederigheid, en door het doen van neerbuigingen
stelt hij zich nederig op.
Onder de spirituele leraren zijn boeddha's
en bodhisattva's van een zeer hoog ontwikkelingsniveau
die alle vormen van trots hebben uitgebannen. Maar andere
leraren zijn gewone mensen en hebben nog niet alle trots overwonnen.
Om deze reden knipt de leraar bij het bestijgen van de troon
met zijn vingers. De knip met de vingers is symbolisch voor
vergankelijkheid vanwege het kortstondige karakter van een
vingerknip. Reflectie op vergankelijkheid is ook een sterke
tegenkracht voor trots.
De spirituele leraar neemt niet voor zijn eigen plezier plaats
op een troon. Het is helemaal niet zo comfortabel om op een
troon te zitten. De leraar zit er echter niet voor zijn gemak
of plezier maar om de leer van de Boeddha over te dragen.
|