Eten alle boeddhisten vlees of juist niet?
In het begin kan het verwarrend lijken dat
de Theravada-beoefenaars vlees eten, de Chinese Mahayana-beoefenaars
niet en de Tibetanen die Vajrayana beoefenen, weer
wel.
Dit verschil in beoefening hangt af van de verschillende punten
waarop elke traditie de nadruk legt: het Theravada-onderricht
legt de nadruk op het verwijderen van gehechtheid
aan zintuigelijke objecten en het opgeven van de onderscheid
makende geest die zegt: "Ik vind dit lekker en dat niet".
Wanneer hun monniken
bedelen, moeten ze derhalve zwijgend en dankbaar accepteren
wat hen wordt gegeven, of dat nu vlees is of niet. Het zou
niet alleen zijn weldoeners beledigen, maar ook zijn eigen
beoefening van onthechting schaden wanneer de monnik zou zeggen:
"Ik mag geen vlees eten, geef me daarom meer van die
overheerlijke groenten". Dus vooropgesteld dat het vlees
komt van een dier wiens dood de monnik niet opgedragen, gezien
of gehoord heeft of waarvan hij niet vermoedt dat het gedood
is om hem vlees te verschaffen, is het hem toegestaan vlees
te eten. Het is echter verstandig dat degenen die offeren
zich realiseren dat de voornaamste aanname van het boeddhisme
is dat men anderen geen kwaad doet; men kan dus beter zijn
offergaven te kiezen in overeenstemming met deze aanname.
Vooral in de Mahayana-traditie
wordt de nadruk gelegd op onthechting en mededogen voor andere
voelende wezens. Voor de beoefenaar is het raadzaam geen vlees
te eten om een ander levend wezen geen pijn te doen en om
eventuele slagers ervan te weerhouden negatieve handelingen
te verrichten. De trillingen van vlees kunnen een gewone beoefenaar
belemmeren bij het ontwikkelen van mededogen. Daarom
wordt vegetarisme sterk aangeraden.
Het tantrische pad van Vajrayana
kent vier klassen. In de lagere klassen ligt de nadruk op
de uiterlijke schoonheid en zuiverheid als techniek om een
innerlijke zuiverheid van geest op te wekken. Omdat vlees
wordt beschouwd als onzuiver, eten deze beoefenaars geen vlees.
Aan de andere kant mediteert een gekwalificeerd beoefenaar
van de Hoogste Yoga Tantra op basis van onthechting
en mededogen op het subtiele zenuwstelsel en hiervoor
moet zijn eigen lichaam heel sterk zijn. Aan zo iemand wordt
vlees dus aangeraden. Deze klasse van tantra benadrukt
de transformatie van gewone objecten door meditatie
op zelfloosheid.
Krachtens zijn diepe meditatie zal een dergelijk
beoefenaar niet graag vlees eten voor zijn eigen genoegen.
In Tibet speelt nog een andere factor mee:
vanwege de grote hoogte en het harde klimaat was er weinig
anders te eten dan gemalen gerst, zuivelproducten en vlees.
De mensen daar moesten dus wel vlees eten om in leven te blijven.
Zijne Heiligheid de
Dalai Lama heeft de Tibetanen in ballingschap, die nu
wonen in landen waar meer fruit en groenten voorhanden zijn,
gevraagd indien mogelijk af te zien van vlees. Als een beoefenaar
ernstige gezondheidsproblemen krijgt doordat hij geen vlees
eet, dan kan de leraar hem toestemming geven dit toch te eten.
Ieder moet dus zijn eigen niveau van beoefening en lichamelijke
behoeften nagaan en dienovereenkomstig eten.
Het feit dat er zo'n grote verscheidenheid
binnen de boeddhistische scholen heerst getuigt van Boeddha's
vaardigheid om mensen te begeleiden in overeenstemming met
hun aard en behoefte. Het is buitengewoon belangrijk niet
bevooroordeeld en sektarisch te zijn, maar respect te hebben
voor alle tradities en de beoefenaars van de verschillende
tradities, omdat de gewoontes binnen iedere traditie hun eigen
redenen hebben.
|