Maitreya Instituut - startpagina
 

Interview met Andy Weber:
It's the magic

  
   

Interview door Koosje van der Kolk.

Andy Weber is één van de bekendste thanka-schilders. Hij heeft vele jaren in Nepal en India gewoond, waar hij bij grote Tibetaanse thanka-meesters heeft gestudeerd. Andy is afkomstig uit Duitsland en woont nu in Engeland. Sinds 1984 komt hij minstens een keer per jaar naar het Maitreya Instituut om er cursussen te geven.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met het boeddhisme?
De eerste keer dat ik in contact kwam met het boeddhisme was in 1972, toen ik een bezoek aan Dharamsala in India bracht. Ik was daar toen twee weken en bezocht o.a. de 'Library of Tibetan Works and Archives'. Ik ontmoette de Dalai Lama en bezocht verschillende lama's.
Het jaar daarop kwam ik weer in aanraking met het boeddhisme en wel veel intensiever. Ik had toen een spirituele ervaring, een spirituele ervaring, die me diep geraakt heeft.

Je glimlacht zo gelukkig, wil je er iets over vertellen?
Dit is een jeugdherinnering - ik nam samen met enkele Indiase yogi's deel aan een pelgrimstocht naar Muktinath, een heilige plaats van Vishnu (een Hindoe god), hoog in het Himalaya gebergte. Toen leefde ik als een sadhoe of Indiase yogi. Op deze pelgrimstocht kwamen we op een zekere morgen in een boeddhistisch gebied. Langs de weg was een kleine, boeddhistische tempel, waar we doorheen moesten. Op het plafond van de tempel waren enkele Mandala schilderingen. Toen ik ze zag, was ik totaal verbijsterd. Ik stond er minutenlang naar te staren. Ik zou er urenlang hebben kunnen staan als de jonge sadhoe me er niet aan had herinnerd dat we nog verder moesten. Na deze ervaring werd ik me ervan bewust dat de weg die ik had gekozen in feite vrij egoïstisch was. In een bepaald opzicht is het leven van een sadhoe heel egoïstisch. We leefden altijd bij de gratie van andere mensen en ik voelde dat dat niet de juiste manier van leven was voor mij.

Dus toen ik terugkwam van deze tocht ging ik naar Bodhnath. De eerste Lama die ik daar ontmoette was Urgyen Tulku Rinpochee. Hij was juist begonnen met de bouw van een groot, wit klooster buiten Bodhnath. Het eerste wat hij me vertelde was, dat er Boeddha is, dat er Dharma is en dat er Sangha is. Omdat hij het erg druk had, zei hij tegen me 'ga er maar naar op zoek'. Dus ik bleef zes maanden in Bodhnath en ging daarna naar Dharamsala, op onderzoek naar de Boeddha, Dharma en Sangha. Dat was ergens in november 1973. Ik studeerde twee jaar aan de 'Library', om meer te weten te komen over Boeddha, Dharma en Sangha. En tot op de dag van vandaag leer ik over Boeddha, Dharma en Sangha (lacht).

En wat heb je tot nu toe ontdekt over Boeddha, Dharma en Sangha?
Wel, ik geloof nu dat er een Boeddha is, dat er Dharma is en dat er, zolang er bestaan is, Sangha zal zijn. En de Sangha zijn de mensen die de Dharma volgen, alle mensen die het Pad volgen.

En de Dharma?
Je kunt het bestuderen in boeken en het toch niet begrijpen. De Dharma is een manier van leven. Het boeddhistische woord "Dharma" betekent Waarheid, "Damma". En de Waarheid vind je overal in het leven. Dharma is niet alleen in boeken. Het is ook in de manier waarop mensen zich gedragen, in hoe je je voelt, in de manier waarop je mensen behandelt, de manier waarop je tegen dingen aankijkt.

En Boeddha?
De Boeddha is in iedereen .

Wat is het in iedereen? m'n neus, m'n oor, m'n tong?
Voor mij is de Boeddha het zaad van binnen, het totale wezen, het volledig gerealiseerde wezen.

Wat betekent toevlucht?
Eerst is toevlucht iets buiten je, je neemt toevlucht in de Boeddha, de Dharma, de Sangha, buiten jezelf. En hoe meer je beoefent, des te meer wordt het iets binnen in jezelf. De enige echte toevlucht die je hebt, is je eigen wijsheid; de Boeddha in jezelf. De enige echte Dharma waarin je toevlucht neemt, is de waarheid die je over jezelf leert. De enige echte Sangha is ook in jezelf. Dus, terwijl het eerst een extern object is, buiten jezelf is, wordt het later een innerlijk object. Dat is wat ik heb begrepen van Boeddha, Dharma en Sangha.

Hoe verhoudt zich dat tot het thanka schilderen?
Mijn werk is een hulpmiddel; een vorm van ondersteuning voor al mijn broeders en zusters in de Dharma. Ik ben alleen maar een medium. Mijn werk als kunstenaar is als een offerande of werkstuk voor mijn broeders en zusters in de Dharma, om ze te helpen bij het vinden van toevlucht buiten of binnen zichzelf.

Heb ik het goed begrepen dat je eerste kennismaking met Boeddha, Dharma en Sangha door het thanka schilderen plaatsvond?
Ja.

Had dat jou op de een of andere manier iets te zeggen?
Ja, zie je, alle verschillende figuren in de thanka's, tot in het kleinste detail, hebben een betekenis, symboliseren iets. Je zou een simpele thanka kunnen nemen en er wekenlang over kunnen praten, er de waarheid, het Dharma gedeelte van kunnen verklaren. Hoe meer je erover leert, des te meer schilder je, des te meer je er weer over leert; op de een of andere manier wordt deze energie dan ook overgebracht.

Hoe kwam je er na deze eerste kennismaking toe om zelf thanka's te schilderen?
Dat gebeurde na twee jaar studie in Dharamsala. Ik voelde dat de intellectuele manier voor mij niet voldeed. Ik ging terug naar Kathmandu en woonde in Bodhnath. Daar ontmoette ik mijn eerste leraar, Lhundup. Hij was en ex-monnik uit Amdo. Hij had enkele rollen bij zich van zijn Tibetaanse leraar, die ze van zijn leraar had gekregen, die ze weer van zijn leraar gekregen had. Dus ze waren erg oud, ongeveer 250 jaar. Zij werden mijn eerste leraren. Ik begon van hen te leren, hij begon me uitleg te geven. Zo is het allemaal begonnen.

Was je al kunstenaar voordat je met het boeddhisme in aanraking kwam?
Nee, helemaal niet. Op school vond ik het leuk om te schilderen en te tekenen. Maar dat was alles.

Wat deed je voordat je naar India ging?
Ik zat op school. Toen ik twintig was ging ik naar India.

En toen begon je te schilderen?
Ja, ik weet het niet. Ik moet een geluksvogel zijn geweest. Ik was een van de weinige eerste westerlingen die er bij betrokken raakten. We zouden bij het boeddhisme betrokken kunnen raken uit vrees of uit liefde, de vrees voor de kracht van de afbeeldingen. Ik had nooit gedacht dat het boeddhisme zo groot zou worden als het is in het hedendaagse Westen, met Dharmacentra over de hele wereld enzovoort. Tegenwoordig verspreidt het zich als een lopend vuurtje. Toentertijd, begin jaren zeventig, was het boeddhisme voor westerlingen heel erg kleinschalig. Er waren nauwelijks Westerse monniken. Dus toen ik met het schilderen begon, was dat vooral voor mezelf. Het was een soort liefdesaffaire. Het gaf betekenis, zoveel betekenis aan mijn leven. Dus ik deed niets anders dan studeren, werken, en werken. Vaak had ik moeilijke tijden. Niets te eten. Ik leefde uitsluitend van giften van mijn leraar; ik leefde op thee en gezoete Chinese melk. Dat was alles. Dagenlang tekende en schilderde ik alleen maar. Ik deed werkelijk niets anders dan studeren, schilderen en tekenen.

Je schilderde zoveel om het te leren?
Ja, het kost veel, heel veel tijd.
En toen gaf Lama Yeshe mij m'n eerste soort van opdracht. Hij vroeg me om een Manjushri thanka te schilderen.
Ik had al eerder Manjushri thanka's geschilderd en hij gebruikte een van m'n kleine Manjushri's bij de Manjushri initiatie in 1975. Hij zag die en toen gaf hij me de opdracht om een hele grote thanka te schilderen.
Hij zei altijd tegen me: 'Andy je moet grote thanka's schilderen, want grote thanka's betekenen grote centra'. Dat deed ik dan ook. Gedeelten van het jaar woonde ik in Kopan om grote thanka's te schilderen.

Woonde je in het Kopan klooster?
Ik had twee woonplaatsen, een in Bodhnath en een in Kopan. Ik woonde hoofdzakelijk in Bodhnath, maar als ik aan deze grote thanka's werkte, woonde ik in Kopan.

Wanneer heb je Lama Yeshe voor het eerst ontmoet?
De eerste keer dat ik hem zag was in 1974, tijdens een Kalachakra initiatie in Bodhgaya. Daarna ging ik naar de Lam Rim cursus in Kopan in november 1975, waar hij samen met Lama Zopa, les gaf.

Hoe kwam hij toen op je over?
In het begin had ik gemengde gevoelens over hem, omdat ik bij Tibetaanse vluchtelingen in Bodhnath woonde. In die tijd had het Kopan klooster geen goede naam onder de Tibetaanse vluchtelingen. Het stond bekend als het klooster voor de 'Indjies'. (Indjie is een Tibetaans woord dat Engelsman betekent. Het is ingeburgerd onder de Tibetaanse vluchtelingen als een woord om in het algemeen westerlingen aan te duiden, red.) Het stond bekend als het klooster voor de blanken, de vreemdelingen van wie men veel geld vroeg om daar te kunnen verblijven enz. Maar toch werd ik er op de een of andere manier toe aangetrokken om de Lam Rim cursus van november 1975 te volgen. Ik genoot van de benadering van Lama Yeshe. Het is zo helder, helderheid op elk terrein, over de Boeddha, de Dharma en de Sangha.
Eerst kostte het me grote moeite om naar de lessen van Lama Zopa te luisteren. Hij sprak twee weken lang over goeroe-devotie, iets wat ik tot op de dag van vandaag niet heb begrepen en waarschijnlijk ook nooit zal begrijpen. Maar toen ik er bijna genoeg van had en op het punt stond te vertrekken, verscheen Lama Yeshe. Hij glimlachte alleen en zei: "waar maak je je zorgen over; er is Boeddha, er is Dharma en er is Sangha, dat is de hoofdzaak". Hij bemoedigde me. Ik ontmoette hem een paar keer persoonlijk; daarbij moedigde hij me steeds aan om door te zetten. Een maand lang Lam Rim onderricht ontvangen van Lama Zopa Rinpochee is niet gemakkelijk, weet je, vooral niet als je een hippie bent uit Bodhnath (lacht).

Wat betekent devotie voor je spirituele leraar voor jou?
Ik begrijp er weinig van. Volgens mij wordt het in het Westen helemaal verkeerd opgevat. Wij verwarren altijd de menselijke persoon met de persoon van de goeroe. Alle conflicten die we tegenwoordig kennen komen daaruit voort. Goeroe-devotie zou alleen moeten betekenen toegewijd zijn aan.... Het is een erg moeilijk onderwerp omdat we er nog steeds dingen over aan het leren zijn.
Ik leer er nog steeds over. Aan de ene kant bewonder ik mensen die volledig vertrouwen in hun goeroe hebben; aan de andere kant vind ik het beangstigend en erg gevaarlijk dat mensen zo ver gaan. Ik ken alle oude Indiase verhalen over de Mahasiddha's Naropa, Tilopa, Marpa, Milarepa en alle Tibetaanse verhalen over Atisha, Dromtönpa. Die zijn allemaal gebaseerd op deze grote goeroe-devotie. Maar tegenwoordig moeten we erg rationeel zijn. Ook de Dalai Lama wijst hier altijd op. Als je iets nodig hebt, behandel het dan alsof je goud aan het kopen bent op een Indiase markt. Schaf het niet aan omdat iemand beweert dat het goud is. Onderzoek het eerst grondig, betimmer het, kauw erop, kras erop, bijt erin en pas als je je ervan overtuigd hebt dat het werkelijk goud is, kun je het gaan kopen. Op eenzelfde manier zou je een spiritueel leraar moeten onderzoeken. Als je er zeker van bent dat het goud is, kun je je aan een goeroe toewijden. Veel mensen hebben een verkeerd begrip van goeroedevotie, alsof dat zou betekenen "overgave", overgave aan de goeroe. Dat was heel "in" in Amerika bij Chögyam Trungpa Rinpochee, die zijn leerlingen vroeg hun ego over te geven. Maar waar heeft het ze gebracht?
Ik geloof niet dat het bij onze mentaliteit hoort, onze westerse mentaliteit, om dit zo te doen. De maatschappij in de oosterse cultuur werkt heel, heel anders. Wij kunnen dat systeem niet zomaar overhevelen naar onze maatschappij.

Maar je hebt het schilderen van thanka's van je leraren geleerd?
Ja, ja, maar zij zijn niet mijn spirituele leraren. Ze zijn leraren. Iemand kan heel veel leraren hebben, maar als we spreken over een goeroe of spirituele leraar, dan is dat een heel persoonlijke relatie. Een zeer, zeer diepe relatie tussen twee wezens. Goeroe is een Indiaas woord dat 'leidend naar het licht' betekent, iemand die je naar het licht leidt. Dat betekent goeroe. Het is een erg moeilijk onderwerp en ik ben altijd weer verbaasd als iemand zegt dat Lama Yeshe zijn/haar goeroe was. Hoeveel leerlingen had hij in werkelijkheid? Hijzelf zei: 'oh, twee, drie, misschien vier'. En als je leerlingen van Lama Yeshe vraagt wie hun goeroe was, zullen er misschien duizenden zeggen dat Lama Yeshe hun goeroe was. Een groot verschil, zoals je ziet. Het hoofdstuk goeroe-devotie is het moeilijkste onderwerp bij de introductie van het boeddhisme in het Westen.

Wat zou jouw advies zijn aan westerse studenten over de relatie tot een goeroe?
Het advies van de Dalai Lama opvolgen. Onderzoek iemand eerst nadat je hem hebt ontmoet, voordat je je echt overgeeft. Want deze goeroe-devotie is, zoals we nu in de negentiger jaren op weg naar het jaar 2000 weten, vaak op de verkeerde manier gebruikt. Dan zouden we ons in plaats van onszelf van het lijden te bevrijden meer problemen scheppen. We hebben al ons gewone lijden als menselijke wezens en dan zouden we daarbovenop nog het "goeroe-lijden" hebben. Daar hebben we geen behoefte aan. Dat is niet het pad.
Velen van ons hebben een moeder-complex of een vader-complex, weet je. Dus zien we de goeroe als onze vader of moeder en vragen we hem allerlei vreemde dingen. Hoe moet ik met mijn kat omgaan, enz.

Hoe integreer je lustobjecten in het pad?
Wat zijn lustobjecten?

Drinken of uitgaan, of...
Ze zijn onderdeel van het pad. Volgens mij heeft ieder mens zijn eigen beperkingen en niet iedereen is een mahasiddha, die alcohol en seks in verlichte activiteiten kan transformeren. Maar het is ook niet iedereen gegeven om met strenge geloften te leven. De Boeddha onderwees de middenweg. Waarom zou je meer willen lijden? De bedoeling van de Boeddha was om te verlichten, ons uit het lijden te gidsen, niet om ons nog meer te laten lijden. Dit is ook een onderwerp wat ik nooit echt zal begrijpen (lacht).

Wat spreekt je het meeste aan in het boeddhisme?
Dat is de magie. Ik heb de magie in werking gezien. Het is de kracht van de Dharma, de werkelijke kracht van de Dharma, het helpen van wezens. Ik heb de magie gezien bij heilige voorwerpen. Ik heb de magie gezien in m'n dagelijks leven. Ik heb de magie gezien als ik een cursus gaf. Hoe mensen zichzelf transformeren, hoe ze worden beïnvloed door hun kunst, door het tekenen van boeddhavormen, wat daaruit voortkomt. Ik heb de magie gezien bij m'n eigen schilderingen. Een van de wonderen heb ik beschreven in een van de Mandala Magazines. (zie Mandala nr. mei/juni '96).

Kun je een verhaal vertellen over deze magie?
Als ik terugdenk aan het eerste wat Lama Yeshe tegen me zei: 'Andy, je moet grote thanka's schilderen, want grote thanka's leiden tot grote centra'. Alle centra waarvoor ik grote thanka's heb geschilderd, zijn groot geworden. Het Manjushri Instituut, ik weet dat het geen deel meer uitmaakt van de familie, maar het is enorm. Het Tara House in Australië. Het Maitreya Instituut zal erg groot worden, Öseling zal erg groot worden. Een van de wonderlijkste verhalen die ik ken gaat over een thanka die betrekking heeft op Lama Yeshe. Nadat hij het Oosten verliet ging hij naar Amerika. Ik ging ook naar Amerika en maakte daar enkele thanka's. Een daarvan was een Groene Tara. Het lukte me niet de thanka's te verkopen in Amerika, dus nam ik ze allemaal mee naar Duitsland. De meeste schilderingen verkocht ik daar behalve deze Groene Tara. Dus toen ik na Duitsland naar Spanje ging, nam ik deze thanka met me mee. Het was een mooie thanka met felle kleuren en ik hield er erg veel van, maar om de een of andere reden wilde niemand haar kopen.
Ik woonde negen maanden in Spanje en daar heb ik Paco, de vader van Ösel Rinpochee, voor 't eerst ontmoet. Vanuit Spanje gingen we naar Zwitserland voor de leringen van Zijne Heiligheid de Dalai Lama. Daar ontmoette ik Paco weer. Hij vond de Tara schildering echt heel mooi, maar Paco was arm. Hij had op dat moment helemaal geen geld. Hij zei tegen me: 'Oh, ik vind deze thanka echt prachtig, mag ik je wat geld aanbieden?' Ik zei 'okay' en hij gaf me honderd dollar. Dus vanaf 1979 was ze Paco's eigendom. Vele jaren later, toen Lama Yeshe als Lama Ösel (1985) als zoon van Paco was herboren, ontmoette ik hem opnieuw. Paco vroeg me: "Herinner je je die Tara schildering nog die ik van je gekocht heb?" "Ja", zei ik. Hij vroeg: 'Heb je haar speciaal voor iemand geschilderd?' Ik zei "nee". Ik vertelde hem dat ik haar in Amerika had geschilderd en er de halve wereld mee had afgereisd. Hij vertelde me dat de thanka gedurende de eerste negen maanden van z'n jonge leven boven het bed van Lama Ösel had gehangen. (dus voordat hij was herkend als de wedergeboorte van Lama Yeshe, red.). Voor mij is dit echt een wonderbaarlijk verhaal. Heel erg wonderlijk en er zijn weinig mensen die dit weten.
Er zijn zoveel andere verhalen. We moeten luisteren naar de Tibetanen die de verhalen vertellen. Voor hen hebben de voorwerpen een eigen leven, de beelden, de thanka's. Als ze eenmaal zijn gezegend, lijken ze een eigen leven te leiden.
Een ander wonderbaarlijk verhaal gaat over Lama Ösel. Het was 1986. Ik gaf een cursus ergens in het Noorden van Engeland, in York, toen ik een telegram kreeg van Lama Zopa. Dat was nadat Lama Yeshe was overleden (1984) en Lama Ösel was geboren (1985). In dit telegram stond dat het leven van Lama Ösel enige obstakels te zien gaf. Mij werd verzocht onmiddellijk te beginnen met het schilderen van een grote lang-leven-thanka en als dat niet meteen kon, een telefoonnummer in Delhi te bellen. Ik zat midden in een zomercursus. De cursus was pas halverwege, dus ik belde op en zei dat ik mijn cursus zou afmaken en dan meteen zou beginnen. Men ging ermee akkoord, waarmee ik me erg vereerd voelde. Ik werkte er vier maanden achtereen aan, zonder onderbreking. Lama Zopa schreef er een lang-leven-gebed onder. De thanka hangt nu in Öseling. Ik voelde me zeer vereerd haar te mogen maken. Dat is voor mij ook een beetje magie, weet je.

Wat is de magie ervan?
Ten eerste dat ze me wisten te vinden, ik was ergens in Noord Engeland en ten tweede wegens de grote eer om een thanka voor Lama Ösel te mogen schilderen. Het is bescheiden magie. Niet alles is een groot wonder. Soms is het klein. Iets wat voor mij een klein wonder is, kan voor anderen wel helemaal niets te betekenen hebben. Soms is een kop thee voor mij een wonder van magie terwijl er voor anderen niets aan de hand is.
En ik verbaas me er steeds meer over dat m'n werk de hele wereld over gaat door de publicatie van m'n kaarten en posters. Ik krijg vele brieven uit alle hoeken van de wereld om me te bedanken voor m'n werk. Ik moet Lama Yeshe er dankbaar voor zijn omdat hij me hiertoe heeft aangezet. Hij gaf me de opdracht voor de eerste grote thanka's enz. En hoeveel duizenden mensen zijn er niet in contact gekomen met die kaarten. We hebben er meer dan een half miljoen verkocht. (Lachend: dit hoef je niet te publiceren.)
Van niets - van een klein kamertje bij de Bodhnath stoepa, waar ik op thee leefde - tot de verkoop van mijn kaarten over de gehele wereld. Dat is de zegen van de Dharma, zo werkt de magie van de Dharma, absoluut verbazingwekkend.

Je hebt ook een grote Tara thanka voor het Maitreya Instituut geschilderd. Waarom?
In 1991 was er een thanka cursus waar maar drie of vier studenten aan deelnamen. Toch ben ik toen overgekomen. Alex van Baar had een groot doek gemaakt met als doel een grote thanka te schilderen. Dat lukte hem toen niet, dus heb ik het doek overgenomen en ben ik begonnen met het schilderen van een Groene Tara. Toentertijd waren er nogal wat problemen binnen het Maitreya Instituut, ruzies, financiële problemen, enz. Ik wilde een bijdrage leveren aan het oplossen van die problemen. In de loop van een aantal jaren heb ik de thanka geschilderd. Ik begon eraan tijdens die lange cursus in september 1991. De jaren daarna kwam ik twee of drie keer per jaar. Na mijn cursussen bleef ik altijd nog een tijdje om eraan te werken. De complete thanka is voltooid in drie jaar. En op de achterkant van de thanka staat een toewijding. De wens dat “Alle problemen waar het Maitreya Instituut mee te maken heeft mogen worden opgelost door Tara, dat zij harmonie en geborgenheid mag brengen en dat de Groene Tara zich over deze plek mag ontfermen”. Dit is de toewijding op de achterzijde.
Vele mensen hebben een bijdrage geleverd aan de voltooiing ervan. Jan Paul en Margot door me te herbergen en te bemoedigen. Paula heeft het brokaat gekocht, enkele anderen het goud, Martin en Koosje hebben het nieuwe brokaat gekocht in 1994, René heeft het goud op de schildering aangebracht en samen met anderen heeft hij de thanka in het brokaat genaaid. Dus het is het resultaat van samenwerking. Het is een prachtig verhaal.
Zelfs het feit dat de thanka er gekomen is, is een klein wonder voor mij. Net toen het werk plotseling af was, begon er een Tara retraite, meteen erna. Ergens voel ik dat deze thanka ook echt iets doet voor het Maitreya Instituut.

Op het moment verloopt alles heel harmonieus. Dus vanaf 1984 bent je ieder jaar overgekomen om een thanka cursus te geven?
Ja, al 13 jaar; 1984 was de eerste keer.

Hoe ben je hier gekomen?
Paula nodigde me uit om een cursus te geven. Ze kende me van het Manjushri Instituut in het Lake District. Ze was daar toen Lama Yeshe en Lama Zopa er onderricht gaven. Ze nodigde me uit om een thanka cursus te geven. Dat was kort nadat Lama Yeshe in 1984 was overleden. Ik was erg terneergeslagen en voelde er niet veel voor om te komen. Maar ze smeekte me werkelijk om te komen, omdat ze dacht dat het Maitreya Instituut z'n geloofwaardigheid zou verliezen als er nog meer cursussen zouden worden geannuleerd. Dus ik ben toch gekomen en er volgde een kleine cursus met zes of zeven deelnemers.
Sindsdien ben ik ieder jaar teruggekomen en heb ik een heleboel mensen les gegeven. Sommigen hebben de kennis gebruikt; anderen niet. Marian van der Horst bij voorbeeld is bij mij begonnen en is nu een beroemd thanka schilderes. Ze geeft les in Rusland, in Amerika en ondersteunt het werk van Geleg Rinpochee. Een andere vrouw, die ik jaren geleden les heb gegeven, was Denise, een Engelse dame. Tegenwoordig is zij een vrij gerenommeerd beeldhouwster. Ze werkt voor Lama Zopa. Ik zie mijn taak als het zaaien van de zaadjes. Hier in het Maitreya Instituut heb ik vele, vele zaden gezaaid; uit sommige zaden zijn planten voortgekomen en andere zijn afgestorven.

Hoe zie je jouw rol in het les geven?
Als een zaaier. Ik plant de zaden en misschien pikken andere mensen iets op van de kennis die ik in de loop van een groot aantal jaren in Azië heb opgedaan. Aldus wordt deze kennis doorgegeven en ik hoop dat ik daarmee voldoende interesse creëer zodat er mensen zijn die ermee verder gaan. Als ik bij voorbeeld naar de mensen kijk die dit jaar mijn cursus hebben gevolgd. Enkele van hen hebben India en Nepal bezocht en zullen er waarschijnlijk opnieuw heen gaan om verder te studeren. Het is een heel langzaam proces. Misschien zullen hier over een aantal jaren steeds meer artiesten zijn. Mijn taak als leraar is de kunst uit te leggen, de symboliek uit te leggen en de mensen aan te sporen om hetzelfde te doen, verder te gaan en belangstelling te krijgen voor de Dharma kunst. Ook daarin zie ik een heleboel magie. Enkele van onze vrienden bijvoorbeeld, die niet het geluk hebben over een goed gezond lichaam te beschikken, leven nog steeds. Ik ben ervan overtuigd dat dat voor een deel te danken is aan het feit dat ze zo hard werken aan hun thanka's. Dat geloof ik echt.
Ik probeer iedereen verder te helpen. Iedereen is zo individueel. In het Oosten, in Azië, worden kunstenaars van jongs af aan opgeleid, dus dan kun je ze een gedegen opleiding geven. Dat kan je hier in het Westen niet doen. Mensen die hier komen zijn zeer individualistisch en als je de kunstklas rondgaat zie je dat elk werk individualistisch is. Zelfs als ze allemaal hetzelfde onderwerp schilderen is het toch totaal individueel. Dus is het mijn taak als leraar om ze verder te helpen als individu. Ik vertel ze niet dat ze iets op een bepaalde manier moeten doen, ik sta ze alleen toe zichzelf uit te drukken.

Volg je daarbij je intuïtie?
Ja, m'n intuïtie, maar ik heb inmiddels ook een heleboel ervaring.
Het was de wens van Lama Yeshe. Hij zei altijd tegen me: 'Andy, ik wil dat je les geeft'. De allereerste cursus die ik gaf, was in Kopan. Hoewel ik daar zelf niet van te voren op de hoogte was. Na de Lam Rim cursus in Kopan in november 1975 werd er een thanka cursus aangekondigd. 'Wie gaat er les geven'?, vroeg ik. 'Misschien kent Lama Yeshe iemand', antwoordden ze. Na de Lam Rim cursus ging ik terug naar m'n huis in Bodhnath, terug naar m'n gewone leven. Maar op de een of andere manier wist ik, dat die cursus vandaag of morgen zou beginnen. Ik was bezig met een thanka en plotseling hoorde ik een stem: 'je moet naar Kopan gaan'. Het was 3 uur in de middag en het was alsof iets me aantrok om die 45 minuten durende wandeling de heuvel op naar Kopan te maken. Ik liep naar Kopan, liep regelrecht de gompa in. Lama Yeshe gaf les. Hij was juist klaar met de uitleg over het hoofd van de Boeddha. Hij zei tegen me: 'Nu ga jij verder'. En daar stond ik voor 45 tot 60 mensen en alles wat ik kon uitbrengen was: 'eh eh eh eh eh' (lacht). Hij zei altijd tegen me: 'Ik wil dat jij de kunst van de Boeddha onderwijst'. Dat is ook een beetje magie. Als je zo naar me luistert moet je wel denken dat ik getikt ben.

Wat betekent het Maitreya Instituut voor je?
Lama Yeshe geeft altijd specifieke namen aan bepaalde plaatsen en ik heb altijd gedacht dat hij een reden had waarom hij dit centrum het Maitreya Instituut heeft genoemd. Want Maitreya is de komende Boeddha. Dus ik heb altijd gedacht dat wat hier gebeurt een soort leidraad naar de toekomst is. Maar dit is maar een gedachtekronkel van mijn dwaze geest.

Heb je een advies voor de lezers?
Iedereen zou het centrum moeten steunen, want het centrum geeft ze een reden om te bestaan, om samen te zijn. Ik vind dat de Nederlandse maatschappij erg vooruitstrevend is, een van de meest vooruitstrevende op deze planeet. Vele ideeën worden hier geboren, vele grote visies, die de hele wereld beïnvloeden, komen uit dit land. Er is een reden waarom Lama Yeshe dit centrum Maitreya Instituut heeft genoemd. Hij had het allerlei namen kunnen geven, Lama Yeshe centrum of Lama Thubten Zopa Rinpochee centrum, enz.... Waarom heeft hij het naar Maitreya genoemd? Ik denk dat dat ook te maken heeft met het vrije denken van de Nederlanders, het visionaire aspect van de mensen. En wie weet, misschien wordt Maitreya hier wel geboren - als een vrouw, als een mooie Nederlandse vrouw. Dus de lezers van het Maitreya Magazine zouden het centrum moeten ondersteunen, zo goed ze kunnen. Niet alleen met geld, maar ook met hun gedachten, hun fysieke hulp, door er te zijn als het Maitreya Instituut hulp nodig heeft. Het Maitreya Instituut groeit. Het is langzaam gegroeid en nu hebben jullie een fantastische Geshe en het studieprogramma breidt zich uit. Dus nu hebben de mensen die de Dharma beoefenen, bestuderen en het centrum doen groeien, een heleboel steun nodig. Dit centrum kan niet door enkele mensen alleen worden beheerd, er is meer ondersteuning nodig. Het gevaar bestaat dat het een Dharma-clubje wordt, hè? Dat de mensen hun maandelijkse bijdrage voldoen, komen om de lessen te volgen en dan weer terug naar huis gaan, terug naar hun normale leven. Dat is een Dharma clubje.
Dit zou een Dharma Centrum moeten zijn, het zou anders moeten zijn. Het moet groeien. Daarvoor zijn mensen nodig.

 

 

            Copyright © Maitreya Instituut 2000-2010 
  Home  |  Vorige pagina  |  ^Top van de pagina  
Laatste pagina update: 22-jul-10