|
Interview met eerwaarde Kaye Miner
Door Susanne Bulten
Maitreya-studenten uit Amsterdam, Groningen,
Delft en Breda kennen haar als dharmalerares, anderen
als directeur van het centrum in Emst*. Slechts weinigen weten
dat eerwaarde Kaye Miner naast deze twee functies ook nog
die van nationaal programmacoördinator vervult. Hoe combineert
ze al deze functies, wat drijft haar en hoe past dit alles
binnen haar non-zijn? Maitreya Magazine vroeg haar het hemd
van het lijf.
Wanneer ben je non geworden,
en waarom?
“Toen ik 31 jaar oud was, ben ik toegetreden op advies
van Lama Zopa
Rinpochee. Ik was al veel met de Dharma bezig
en leefde zodanig dat mijn leven al behoorlijk op dat van
een non
leek. Ik leefde volgens de voorschriften zonder dat ik ze
formeel had genomen. Daarom was het voor mij niet zo’n
grote stap. Al sinds het begin van de tachtiger jaren ben
ik bezig met Tibetaans
boeddhisme. Ik heb in die tijd lessen gevolgd in Australië,
India en Nepal. Bijna twee jaar woonde ik in Kathmandu, Nepal,
in een dharmacentrum met monniken en nonnen. Ik heb daar gewerkt
als secretaris van het internationale hoofdkantoor van de
FPMT. Toen ik non was geworden, raadde Lama Zopa Rinpochee
me aan om terug te keren naar mijn familie in Sydney en mijn
carrière in het zakenleven voort te zetten. Binnen
een straal van 800 kilometer was daar geen enkele andere monnik
of non, dus moest ik zelf het wiel uitvinden. Na een jaar
ben ik verhuisd naar het Tara Institute in Melbourne, om Spiritual
Program Coordinator te worden. Dat heb ik zes jaar gedaan,
tot 1997.”
Je hebt wel eens verteld dat
je als manager werkte zonder dat iemand op je kantoor wist
dat je non was. Hoe zit dat?
“Ik heb een opleiding in de bedrijfskunde en was vanaf
jonge leeftijd werkzaam in de IT, al snel als manager. Mijn
laatste baan voordat ik naar Nederland kwam was Strategic
Sourcing Manager Packaging bij de multinational Campbell Soup
Company Australasia, ook bekend van dochterbedrijven als Delacre
Biscuits, Pepperidge Farm, Godiva Chocolates en Arnotts Biscuits.
Ik was verantwoordelijk voor miljoenencontracten met leveranciers
van verpakkingen en moest tegemoetkomen aan hun wensen met
betrekking tot marketing, techniek, financiën en productie-issues
van ons bedrijf. Een hele hectische baan en dus een ideale
training voor het werken in een dharmacentrum!”
Hoe slaagde je erin je werk te
combineren met je bestaan als non?
“Waar het om draait is je houding, je ethisch gedragen
en het hebben van een goede motivatie; om het verminderen
van je verstorende emoties en het opwekken van liefde, mededogen
en wijsheid; om het in praktijk brengen van de lessen van
de gedachtetraining (Lo Djong) en je niet teveel ophangen
aan de uiterlijke verschijning van ‘non’ of ‘leek’.
Wat voor mij ook heel belangrijk was, was het vasthouden aan
mijn dagelijkse beoefening. Hoe moe ik ook was, waar ik ook
was, elke morgen als ik opstond en elke avond voor ik ging
slapen deed ik mijn formele beoefeningen. Dat was voor mij
prioriteit nummer één. Ook al moest ik daarvoor
soms om drie uur ‘s ochtends opstaan. Soms stapte ik
‘s morgens vroeg op het vliegtuig voor een vlucht van
twee uur, werkte ik de hele dag en kwam ik met de laatste
vlucht weer terug. Dan deed ik toch mijn beoefening. Dat was
wat me overeind hield.”
Waarom ben je naar Nederland
gekomen?
“Lama Zopa Rinpochee gaf aan dat het heilzaam voor me
zou zijn om les te geven in Amsterdam. MI Amsterdam heeft
me toen uitgenodigd om naar Nederland te komen. Mijn eerste
prioriteit is altijd geweest om de wensen van mijn leraar
zo goed mogelijk te vervullen, omdat ik weet dat het zijn
wens is om alle voelende wezens te helpen. Dat is ook míjn
levensdoel. Het geeft mijn leven betekenis. Als Rinpochee
je iets aanraadt, is dat geen bevel of eis maar geeft hij
je de keuze om zelf te bepalen of je dat advies wilt opvolgen.
Nadat ik jarenlang de wijsheid en de positieve resultaten
van zijn adviezen heb gezien, was er niet veel voor nodig
om mijn twijfels te overwinnen over emigratie naar de andere
kant van de wereld, waar ik niemand kende en zelf moest uitzoeken
hoe ik kon bijdragen. Het is ongelooflijk als je ziet hoe
karma werkt in zulke situaties. De relaties die ik hier heb
opgebouwd met sommige mensen zullen meerdere levens meegaan.”
Je hebt zoveel functies: Directeur
van het centrum in Emst, Leraar in Amsterdam, Breda, Delft
en Groningen, Nationaal programmacoördinator, Directeur
van de stichting, waar ook de winkel en de uitgeverij onder
vallen... Is dat nog allemaal uit elkaar te houden?
“Het is zo’n ingewikkelde combinatie van verschillende
rollen en verantwoordelijkheden dat je continu de Dharma
moet aanwenden om het vol te houden. Het ene moment werk je
met financiën en budgetten, even later luister je naar
mensen die vertellen hoe vreselijk ze lijden; het ene moment
zit je om de tafel met juristen of de IND, het andere moment
voer je een moeilijk telefoongesprek met iemand die ergens
boos over is, waarna je een meditatiesessie voor gestreste
mensen leidt. Het continu schakelen tussen die rollen is een
uitdaging, maar eigenlijk ben ik altijd ofwel manager ofwel
leraar. Ik geef drie avonden per week les: introductielezingen,
modules ‘Discovering
Buddhism’ en een paar Basic
Program-modules. Daarnaast zijn er nog de ééndaagse
cursussen, de weekendcursussen en de retraites, en van het
Basic Program dat in Emst aan een nieuwe ronde is begonnen
ben ik de mentor. Al deze dingen vergen de nodige studie en
voorbereiding… Tja, slechts weinig westerlingen hebben
de luxe om 25 jaar in een Tibetaans klooster te kunnen studeren.
Maar de ervaring die je opdoet door hier in het Westen te
leven moeten we ook niet onderschatten. Ik reis bijvoorbeeld
continu tussen Amsterdam en Breda, Delft, Emst en Groningen,
per auto of per trein. Dat vind ik niet erg, want het haalt
me even uit die aparte sfeer van het dharmacentrum en brengt
me in contact met allerlei soorten mensen.”
Wat doe je als directeur van
MI Emst?
“Als directeur van het centrum in Emst is het mijn voornaamste
verantwoordelijkheid om het centrum te leiden en te ontwikkelen
volgens de doelen van de FPMT en tegelijkertijd
de grootst mogelijke harmonie te bewaren binnen het centrum.
Behalve personeelsmanagement betekent dat veel aandacht hebben
voor de leraren, de vertalers, de vrijwilligers en de studenten.
Ik ben eindverantwoordelijk voor alles wat er in Emst is en
gebeurt: programma, planning, financiën, fondsenwerving,
gebouwen… En dan heb ik het nog niet eens gehad over
de nieuwbouwplannen en de bouw van de stoepa. Ook zijn er
nog de PR-activiteiten voor MI Emst. Daarbij horen bijvoorbeeld
het bijwonen van boeddhistische en interreligieuze bijeenkomsten,
zoals ‘Amsterdam met Hart en Ziel’ en het voeren
van een dialoog met de overheid over boeddhistische en religieuze
zaken. Daarnaast moet ik in contact blijven met andere boeddhistische
centra in binnen- en buitenland.”
En wat doet een nationaal programmacoördinator?
“Het verbreden en verdiepen van het onderwijsprogramma
op alle locaties waar het Maitreya Instituut is vertegenwoordigd
en het bewaken van de kwaliteit ervan. Hierbij zorg ik ook
dat ik geïnformeerd blijf over de internationale onderwijsontwikkelingen
binnen de FPMT en over de adviezen van Lama Zopa Rinpochee.
Twee keer per jaar stellen we als Maitreya Instituut een landelijk
programma samen. Voor mij zit daar heel veel werk in. Het
is een hele klus om alles goed op elkaar af te stemmen.”
Hoe ziet een typische werkweek
er voor jou uit?
“Op maandagmorgen doe ik het huishouden en de boodschappen.
Voor de rest ben ik maandag en dinsdag druk met het voorbereiden
van mijn lessen, telefoontjes en afspraken. Op maandagavond
geef ik meditatieles en ‘Ontdek het Boeddhisme’
en op dinsdagavond Basic Program. Daarna zit ik nog tot half
twaalf e-mails af te handelen. Op woensdag doe ik de administratie
van Emst en geef ik les buiten Amsterdam. Die dag gaat er
veel tijd zitten in het reizen en het voorbereiden van mijn
les. Doorgaans ben ik rond middernacht weer terug in Amsterdam.
Op donderdag doe ik ook administratie, maar heb ik wat meer
vrije tijd zodat ik kan sporten. Vrijdag zijn er vergaderingen
met het comité in Emst of met het landelijk bestuur.
Ik heb dan ook altijd overleg met de geshes en ik bereid weekendcursussen
voor. Op zaterdag en zondag begin ik om kwart over zeven ‘s
morgens in Emst met het leiden van de ochtendmeditatie en
-gebeden, leid ik door de dag heen meditaties en discussies
en praat ik met studenten. Op zondagavond ben ik dan rond
half acht terug in Amsterdam. Tussen de bedrijven door doe
ik de coördinatie van het nationale programma, bereid
ik vergaderingen voor, houd ik extra lezingen voor groepen,
ben ik aanwezig op interreligieuze bijeenkomsten en ontvang
ik studenten.”
Hoe kom je met zo’n druk
werkschema nog aan je eigen beoefening toe, laat staan aan
ontspanning?
“Werk en beoefening zijn in mijn leven niet twee verschillende
dingen. Mijn werk is in feite mijn beoefening want het bestaat
uit het volgen van de wensen van mijn leraar, Lama Zopa Rinpochee.
Ik prijs me gelukkig dat ik elke dag het grootste deel van
mijn tijd de Dharma kan beoefenen. Geshe
Sonam Gyaltsen heeft me er laatst nog op gewezen hoe fantastisch
het is om in zo’n positie te verkeren. Zelfs het schrijven
van één brief is dharmabeoefening als het voor
het Maitreya Instituut is! Natuurlijk ben ik soms moe. Een
werkweek van 80 uur gaat je niet in de koude kleren zitten.
Ook raak ik soms gefrustreerd omdat ik niet aan alle verwachtingen
van mijzelf en anderen kan voldoen. Het is continu jongleren
met mijn tijd om alles en iedereen de aandacht te geven die
ze nodig hebben en verwachten. De mensen om me heen zijn ontzettend
aardig en zeggen vaak: ‘Kom nou even rustig zitten kletsen!’
Maar als ik eindelijk wat tijd voor mezelf heb ga ik liever
sporten, een boek lezen of een film kijken. Wat mijn persoonlijke
beoefeningen betreft heb ik het geluk dat ik alle verplichtingen
die ik op me heb genomen nog niet één dag heb
hoeven overslaan. Al mijn dagen beginnen en eindigen met mijn
gebeden. Ik
doe ze niet altijd met volledige concentratie maar, zoals
ik al zei, ze houden me overeind. Aan het eind van dit jaar
wil ik een retraite houden. De laatste keer dat ik dat heb
gedaan was in 1997. Ongelofelijk hoe snel de tijd voorbijgegaan
is!”
Je bent hier nu alweer zeven
jaar. Wat heeft het leven en werken hier met je gedaan?
“Het mooiste vind ik om te zien dat studenten gelukkiger
worden. Pas als je ergens voor langere tijd bent, kun je veranderingen
zien. Mensen die voor het eerst naar het MI komen met veel
problemen, zie ik na een tijdje echt opbloeien door de lessen.
Voordat ik naar Nederland kwam, was ik niet gewend om zoveel
les te geven, ik deed het maar één keer in de
maand. Als je avond aan avond, week na week, jaar in jaar
uit lessen geeft, moet je veel dieper op de materie ingaan,
meer inzicht ontwikkelen. Je kunt dit werk niet doen met een
oppervlakkige kennis van de Dharma of door hetzelfde
praatje steeds weer opnieuw te houden. Mijn vertrouwen is
daardoor toegenomen. Waar ik soms moeite mee heb is om de
Australische relaxte houding vast te houden in zo’n
klein, gereguleerd landje als Nederland. Maar ik heb veel
affiniteit gekregen met Nederland en de Nederlanders. Het
lijkt nu wel alsof ik hier altijd heb gewoond… ware
het niet dat mijn Nederlands te wensen overlaat. Dat laatste
is een van mijn grootste frustraties. Maar ik heb zoveel andere
prioriteiten dat ik me daar nog niet aan heb kunnen wijden.”
Wat zijn volgens jou de belangrijkste
veranderingen binnen het Maitreya Instituut sinds je hier
bent?
“MI Amsterdam is gegroeid van een centrum met een handjevol
studenten naar een bloeiend stadscentrum met veel activiteiten
en toegewijde studenten. Het heeft ook veel bekendheid gekregen.
MI Emst ontwikkelt zich tot een warm, bruisend centrum met
een zeer compleet studieprogramma waar veel FPMT-centra in
de rest van de wereld jaloers op zijn. Denk bijvoorbeeld aan
het feit dat we maar liefst twee geshes hebben, terwijl heel
wat centra het zonder geshe moeten stellen. De ontwikkelingen
binnen de studiegroepen vind ik ook geweldig. In Groningen
is alweer bijna een hele ronde ‘Ontdek het Boeddhisme’
gegeven en in Breda is ook al een vaste kern van studenten
ontstaan. Het gaat er natuurlijk niet om om nieuwe boeddhisten
te werven, maar het is wel fantastisch veel mensen methoden
aan te kunnen bieden waarmee ze hun lijden kunnen verminderen
en uiteindelijk opheffen.”
Wat zijn je ambities voor je
eigen toekomst, behalve het bereiken van de verlichting natuurlijk?
“Ik denk nog steeds dat het mogelijk is het boeddhaschap
te bereiken, maar ik zou al heel tevreden zijn als ik in dit
leven een bodhisattva kan worden! Behalve het vervullen
van de wensen van mijn leraren heb ik verder geen grote ambities.
Ik wil mijn leven betekenis geven door de wijsheid van de
Dharma te gebruiken voor het welzijn van alle wezens,
of dat nu gebeurt door te werken, les te geven of te mediteren.
Ik bid vurig dat ik compassie en wijsheid
mag ontwikkelen.”
En voor het Maitreya Instituut?
“Allereerst moeten we bestendigen wat we al hebben bereikt.
We zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid en dat moeten we
kunnen vasthouden. Dat betekent dat we meer ervaren studenten
moeten opleiden in het lesgeven, om te beginnen in inleidende
onderwerpen. Dat gebeurt natuurlijk in overleg met onze leraren.
We moeten de juiste mensen aantrekken voor de juiste functies,
zowel vrijwilligers als betaalde krachten. Verder moeten we
de oorzaken creëren voor een nieuw gebouw in Emst. Dat
begint met het bouwen van de stoepa, wat Lama Zopa Rinpochee
al jaren geleden heeft geadviseerd. Het nieuwbouwproject is
niet alleen een kwestie van geld inzamelen, maar ook van acceptatie
kweken binnen de gemeenschap en zorgen voor duurzaamheid.
Dat vraagt tijd en aandacht. Voor het Maitreya Instituut is
alles mogelijk, the sky is the limit. Maar alles wat we doen
moet duurzaam zijn.”
Zie ook het TV-programma 'In het voetspoor van Tara' uit 2004 door de Boeddhistische Omroep Stichting, over eerwaarde Kaye Miner.
*Noot: Sinds eind 2009 is eerwaarde Kaye Miner geen directeur meer van Maitreya Emst om zich meer op het lesgeven te kunnen richten.
|