|
Interview met Geshe Sonam Gyaltsen
Door Paula de Wijs
De studenten van het Maitreya Instituut
kennen Geshe Sonam Gyaltsen zo'n vijftien jaar. Het lijkt
voor ons bijna alsof hij volwassen geboren is: hij verscheen
hier als voltooide leraar en wij gingen meteen verder met
hem als zodanig. Paula de Wijs vroeg hem over zijn leven vóór
het Maitreya Instituut en hoe hij over het één
en ander dacht.
Geboorte
Geshela's moeder was heel blij met zijn
geboorte. Niet alleen omdat hij gezond ter wereld kwam, maar
omdat hij geboren werd op hetzelfde moment dat de jonge Dalai
Lama dichtbij het ouderlijk huis in Lhasa passeerde, onderweg
naar het zomerpaleis, het Norbu Lingka. Het was de eerste
dag van het Tibetaanse Nieuwjaar (Losar) van 1941, en het
huis stond zo dicht bij de route langs de Barkhor dat men
de cimbalen en hoorns die de processie van de Dalai Lama aankondigden,
duidelijk kon horen. Iedereen rende weg om daarbij te zijn
en op dat ogenblik werd Geshela geboren. Dat de geboorte plaatsvond
toen de Dalai Lama passeerde en wel op de ochtend van de eerste
dag van het nieuwe jaar, vond zijn moeder bijzonder gunstige
voortekens voor zijn toekomst.
Familie
| |
 |
| |
Geshe Sonam Gyaltsen |
De familie van Geshela was heel vroom. De
broer van zijn oma was een Nyingma rinpochee
en deze oma zei weleens dat zijn gezin deel uitmaakte van
een 'lama lineage family', oftewel een 'familie van
lama overdrachtslijnen'.
Vóór zijn huwelijk was Geshela's vader een geshe
geweest in Sera Me klooster, waar hij gerespecteerd en beroemd
was. Hij zat één klas hoger dan Pabongka Rinpochee,
die erg arm was, en Geshela's vader heeft deze bijzondere
rinpochee veel geholpen en werd later zijn leerling.
Zelfs toen Geshela's vader een gezin stichtte, bleef hij een
hele sterke beoefenaar, die zijn dagen doorbracht in zijn
meditatieruimte op de bovenste verdieping van het huis. Mensen
kwamen altijd naar hem toe voor hulp, zowel de armen als de
rijken, en hij hielp iedereen. In het klooster had hij een
bijnaam die aanduidde hoeveel respect men voor hem had, en
buiten het klooster werd hij Chendakshar Geshe Rinpochee genoemd
('kostbare geshe van de Chendakshar familie'). Geshela moest
hard lachen toen hij vertelde dat hij de voornaam van zijn
vader niet kent! "Thuis noemden wij hem gewoon Pala (papa)
en anderen sprak hem met respect aan en nu weten wij, zijn
kinderen, niet eens hoe hij eigenlijk heette!"
De vader van Geshela stierf toen het Chinese leger onderweg
was naar Lhasa. Op een dag liet hij veel mensen naar zijn
huis komen en verzocht hen voor zijn kinderen te zorgen als
hij er niet meer zou zijn. Hij zei dat hij genoeg slechte
dingen had gezien in zijn leven en wilde niet nog meer van
hetzelfde meemaken. De volgende dag maakte hij een bijzonder
geluid en 'stierf' hij, terwijl zijn geest in meditatie
bleef. In de volgende zeven dagen bleef zijn lichaam in de
meditatiehouding zitten, totdat leden van het Tantrische College
hem verzochten zijn meditatie te beëindigen. Daarna kwamen
twee druppeltjes bloed uit zijn neus en verliet zijn subtiele
geest het lichaam. Toen was hij echt overleden.
Geshela's moeder baarde acht kinderen, waarvan er zes in leven
bleven. Hij was haar derde kind en de tweede zoon. Het gezin
telde vier zonen en twee dochters. Zijn moeder was streng
en maakte zich veel zorgen over haar kinderen. "Zij gaf
ons weleens een pak slaag, maar met veel liefde",
zei Geshela. Bijzonder is, dat alle drie zoons het klooster
ingingen, wat zelfs in Tibetaanse families niet gebruikelijk
is. Geshela's vader zei: "Ik ben getrouwd, maar mijn
kinderen hoeven niet te trouwen en meer 'zaden van samsara'
creëren!" De drie jongens gingen naar Gaden Djangtse
klooster buiten Lhasa, waar een oom, Sesang Rinpochee,
woonde en waar zij gesponsord werden door iemand die hun vader
erg dankbaar was voor hulp in het verleden. Geshela's moeder
vond het belangrijk de kinderen bij elkaar te houden in één
plaats, dus ging Geshela niet naar Sera Me, hoewel dat klooster
hierom had verzocht.
De vlucht
Hoewel zij in hetzelfde klooster studeerden,
waren de vier broes op de kritieke dagen rond de opstand tegen
de Chinese bezetters van Lhasa op verschillende plaatsen,
wat leidde tot het opsplitsen van de familie. De twee jongere
broers waren thuis bij hun moeder, die hen wilde beschermen.
Geshela's oudere broer was met duizenden andere Tibetanen
naar de Norbu Lingka gegaan om Z.H. de Dalai Lama te beschermen.
Geshela was in het klooster en na de laatste lessen, die Z.H.
de Dalai Lama tijdens het Mönlam Festival gaf, verliet
Geshela Gaden met zijn leraar en klasgenoten.
Hij en een vriend gingen eerst naar Rinchen Ling, een dorp
waar zijn sponsor een huis had. Na de gevechten in Lhasa kwamen
steeds meer monniken daar aan en uiteindelijk begonnen Geshela
en zeven van zijn vrienden aan de barre tocht naar India.
Zij liepen een maand lang, berg op, berg af, tot hun schoenen
helemaal versleten waren. Zij moesten niet alleen in de sneeuw
lopen, maar er ook in slapen en wel zonder dekens. Ze liepen
's nachts en klommen door de bergen in het donker, om niet
door de Chinese soldaten te worden gezien. Omdat zij de weg
niet kenden, liepen ze soms in kringen en moesten ze een andere,
moeilijke weg proberen. Soms, omdat er niets anders was, aten
ze haver dat voor paarden bedoeld was. De laatste drie dagen
van hun reis raakte hun eten helemaal op.
India
Eindelijk kwamen ze aan bij de Indiase grens
waar ze moesten wachten tot er bevel van hoger hand kwam om
de - inmiddels duizenden - Tibetaanse vluchtelingen die de
grens hadden gehaald, toe te laten in India. Een Indiaas vliegtuig
dropte eten voor de uitgehongerde vluchtelingen, maar Geshela
besefte dat hij verder moest.
Na een tocht langs Bomdilla en andere plaatsen kwam hij aan
in Missamari, waar het vreselijk heet was. Twee maanden daarna
kwamen vertegenwoordigers van de Tibetaanse regering in ballingschap
om monniken die filosofie konden studeren uit te zoeken. Geshela
werd naar Buxaduar gestuurd, waar hij eerst op school zat
met ongeveer 30 andere monniken, inclusief Lama Zopa Rinpochee
en vele andere rinpochees. Daar studeerde hij Engels
en Hindi, maar in Buxaduar was ook een klooster school gevestigd.
Daar begon de debatteerles op hetzelfde tijdstip als de Engelse
lessen in zijn school, en Geshela besloot te kiezen voor de
studie van filosofie, die hij belangrijker achtte. In die
tijd leerde hij ook Lama Thubten Yeshe kennen. Geshela bleef
in Buxaduar studeren tot 1969, toen de drie grote Gelugpa-kloosters
opnieuw werden gesticht in Zuid-India.
Gaden Djangtse
Geshe la verhuisde naar Mundgod, wat toen
slechts rimboe was, en de volgende drie jaar waren verschrikkelijk.
De monniken moesten voor een baas bomen kappen en in de velden
werken. In ruil hiervoor kregen ze eten en een schamel loon
van 12 annas per dag (minder dan één roepie).
De oogst ging naar de Indiase regering en de monniken mochten
niets ervan zelf bewaren. Na drie jaar mochten de Tibetanen
de leiding overnemen en de oogst wél zelf houden. In
die tijd maakten de monniken bouwstenen en bouwden aan hun
klooster maar ze verdienden geen geld. Wanneer het regende
was er overal modder, wanneer het droog was, was de grond
steenhard. Naast de zware lichamelijke arbeid moesten ze 's
nachts de velden bewaken, na het zaaien tegen de varkens,
later tegen de vogels en daarna ook tegen de locale bevolking!
Tegelijkertijd studeerden en debatteerden zij door. Het was
een uitputtende tijd.
Acharya, umdze en geshe
In oktober 1972 werd Gaden Djangtse twee
studieplaatsen aangeboden bij de Sanskriet Universiteit in
Varanasi. Deze plaatsen werden verloot en Geshela's gebeden
werden verhoord. Hij kreeg één van de felbegeerde
plaatsen. Enkele dagen later reisde hij af naar Varanasi,
waar hij drie jaar lang hard studeerde. Hij haalde de graad
van acharya en kon met recht een geleerde genoemd worden.
Geshela verbleef daarna een jaar in Dharamsala, maar in 1976
ging hij terug naar zijn klooster, Gaden Djangtse. Hij kreeg
veel verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen daar en
in februari 1978 werd hij benoemd tot umdze, ('chanting master').
Hoewel een umdze zich in andere kloosters alleen met het zingen
van gebeden en poedja's bemoeit, is in Gaden Djangtse deze
taak veel omvattender. Ook discipline en andere zaken vielen
onder zijn verantwoordelijkheid en Geshela zelf zegt dat hij
een strenge umdze was. Onder hem moesten alle monniken de
teksten van de poedja's, zelfs de lange, uit hun hoofd leren,
iets wat zij niet altijd hadden gedaan. Dit vond hij belangrijk,
niet alleen voor het aanzien van het klooster door de buitenwacht,
maar omdat anders de monniken niet op de betekenis konden
mediteren tijdens de poedja. Zij bleven alles alleen maar
lezen. Hij zorgde er ook voor, dat tijdens de dagelijkse gebeden
en poedja's de monniken correct gekleed waren en alle delen
van hun pij droegen. Monniken in de andere Gelugpa
kloosters waren hiervan onder de indruk en één
voor één begonnen deze kloosters ook zijn voorbeeld
te volgen. In deze tijd was Geshela nog steeds aan het studeren
en op 8 maart 1979, na de examens in Sera Klooster, heeft
Geshela met glans de graad van Geshe Lharampa (de hoogste
graad van geshe) behaald. Ook Geshe Thubten Ngawang van Hamburg
werd op dezelfde dag Geshe Lharampa. Toevallig was dit dezelfde
dag als Geshela's geboorte - de eerste dag van Losar - en
dit vind hij nog steeds een voorspoedig teken. Hij werd toen
38 jaar oud.
Van Ladakh naar Nederland
Geshela was vijf jaar lang umdze. Daarna
bleef hij in het klooster tot dat hij in een Tibetaanse krant
een oproep las voor een geleerde die onderzoek in Leh, Ladakh
kon doen. Dit leek Geshela een interessante positie en hij
stuurde een brief naar Leh. Kort daarna werd hij voor de baan
aangenomen en hij reisde af naar Ladakh. Eenmaal aangekomen
bleek de toestemming en dus ook het geld voor het onderzoek
nog niet rond te zijn, maar hij werd gevraagd om toch te blijven
en les te geven. Dit deed hij aan zowel monniken als leken
en tot ieders tevredenheid. Hij doceerde aan de Higher Tibetan
School waar hij gevraagd werd steeds meer te doen. Daar gaf
hij bijvoorbeeld ook les in Tibetaanse grammatica en dichtkunst,
die aan strenge regels is gebonden. De school en de studenten
waren heel gelukkig met hem en hij was heel gelukkig in Ladakh.
Hij dacht er niet aan om naar Europa te gaan, maar in 1989
vroeg Geshela's Duitse sponsor hem een lezing in Duitsland
te houden aan de Goethe Universiteit over rituelen en het
leven van een monnik. Een van de professoren, Prof. Weber,
was erg onder de indruk van Geshela's stem tijdens die rituelen
en het was één van de studentes van deze professor
die Geshela uitnodigde om het jaar daarna (en het jaar daarna)
terug te komen om Dharma-les te geven. In deze periode werd
Geshela benaderd door Lama Zopa Rinpochee, die hem
verzocht een positie in een FPMT-centrum
aan te nemen en naar het Westen te komen. Het was hem eerder
gevraagd, ook door Lama Zopa Rinpochee en Lama
Thubten Yeshe, maar de omstandigheden waren eerder nooit
gunstig, maar nu wel. Na een aantal maanden van voorbereiding
stond Geshela in de zomer van 1992 plotseling op Nederlandse
bodem. De fax over zijn aankomst was niet aangekomen, maar
wij waren natuurlijk ontzettend blij hem hier te zien!
Van de lessen van Geshe-la zijn er meerdere boeken samengesteld en uitgegeven door Maitreya Uitgeverij:
|